Wanneer mensen in andere landen horen hoe gevangenissen in Scandinavië zijn ingericht, reageren zij vaak met ongeloof. Gevangenen die zelf koken, muziek opnemen in een volwaardige studio, dagelijks de stad in mogen voor werk of opleiding, of leven in een open inrichting zonder sloten en hekken — het lijkt eerder op een film dan op werkelijkheid. Toch is dit geen utopie. Het is de alledaagse praktijk in het strafrecht van Denemarken, Zweden, Noorwegen en Finland.
De vier landen delen een gemeenschappelijk uitgangspunt dat radicaal verschilt van het dominante model in de meeste andere westerse landen: de straf bestaat uit het verlies van vrijheid. Niets meer, niets minder. De jaren in detentie zijn geen aanvullende bestraffing door ontbering, verveling of vernedering — ze zijn een opdracht om iemand zo goed mogelijk voor te bereiden op terugkeer in de samenleving. Die filosofie heeft vergaande gevolgen voor alles wat er binnen de gevangenismuren gebeurt: van de fysieke inrichting van cellen tot het dagprogramma, van de rol van bewaarders tot de samenwerking met externe instanties.
Dit artikel gaat in op de vraag hoe deze vier landen het verblijf in detentie voorzien van zinvolle activiteiten, en in welke mate zij richting en perspectief bieden op het leven na de gevangenis. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de (mooie) voorbeelden — want die zijn er volop — maar ook naar de spanningen, de schaduwkanten en de recente druk op deze modellen.
Normalisatie als leidend beginsel
Het fundament van het Scandinavische detentiemodel wordt in de criminologische literatuur aangeduid als het normaliseringsbeginsel. Dit houdt in dat gedetineerden zoveel mogelijk (moeten) leven zoals mensen in de vrije samenleving — binnen de grenzen die de veiligheid toelaat. De Finse Wet op de Tenuitvoerlegging van Straffen (2002) formuleert het scherp: de straf is uitsluitend het verlies van vrijheid. Andere beperkingen mogen alleen worden opgelegd voor zover de veiligheid van de detentie en de orde in de inrichting dit vereisen.
Deze filosofie werkt door in verrassend concrete details. In Zweedse gevangenissen mogen gedetineerden vergaderen met de directeur om hun standpunten kenbaar te maken. In Noorwegen vinden jaarlijkse bijeenkomsten plaats waarbij gedetineerden inspraak hebben in het beleid van de inrichting. In Denemarken beschikken gevangenissen over privébezoekruimtes om familiecontact — ook intieme contacten — te onderhouden. In Finland kunnen gedetineerden na zes maanden een aanvraag indienen voor verlof, waarbij zij tot zes dagen naar huis kunnen gaan. Het gaat er steeds om dat de gevangene een mens blijft die banden onderhoudt met de buitenwereld en zichzelf als toekomstig lid van de samenleving kan blijven zien. Nils Öberg, voormalig directeur-generaal van de Zweedse gevangenisdienst Kriminalvården, verwoordde het treff end’: Onze rol is niet om te straffen.
De straf is de gevangenisstraf: zij zijn van hun vrijheid beroofd. De straf is dat zij bij ons zijn.’ Die mentaliteit kleurt de gehele bedrijfsvoering. Bewaarders worden opgeleid tot begeleiders die actief bijdragen aan de re-integratie van gedetineerden, in plaats van bewakers die primair gericht zijn op het handhaven van orde.
De gemiddelde detentieduur is in alle vier landen opvallend kort: in Zweden 4,7 maanden, in Denemarken 5,4 maanden, in Finland 5,7 maanden en in Noorwegen 6,6 maanden. Dit korte tijdperspectief maakt het des te urgenter om elke dag zinvol te benutten.
Noorwegen: rehabilitatie als staatsopdracht
Halden en Bastøy: twee gezichten van hetzelfde systeem Noorwegen is het meest geciteerde voorbeeld van humane detentie, en dat is niet voor niets. In 1998 nam het land een fundamentele beleidsbeslissing: de focus verschoof van vergelding naar rehabilitatie. De Noorse Kriminalomsorgen omschrijft zijn doel sindsdien als het terugbrengen van gedetineerden in de samenleving ’in betere staat dan zij binnenkwamen’. De recidivecijfers geven reden tot optimisme: slechts 20% van de vrijgelaten gedetineerden wordt binnen twee jaar opnieuw gearresteerd. Dit is een van de laagste percentages ter wereld.